Op 9 december vond de vierde LOGES-workshop plaats in Gent, aansluitend bij de technische bezoeken van het Warmtenetcongres. Een diverse groep deelnemers uit de praktijk, lokale overheden en kenniscentra legden hun ervaringen samen over lokale energie en burgers, met nadruk op warmtenetten.
Het LOGES-project, gesteund door Interreg Vlaanderen-Nederland, wil bijdragen aan het versnellen van de energietransitie op lokaal niveau. Het richt zich op de wisselwerking tussen elektriciteit en warmte en op de verschillende vormen van samenwerking die lokale energiesystemen levensvatbaar maken.
Coalitie, co-creatie en communicatie in het RODEO-project
Tijdens het eerste deel van de workshop kwamen vijf sprekers aan bod over het organiseren van lokale energiesystemen en de rol die burgers en lokale besturen hierin kunnen opnemen. Griet Juwet (Endeavour) illustreerde stakeholder engagement aan de hand van de vier demonstratieprojecten die deel uitmaken van het RODEO-project. Daarbij is het belangrijk om het betrekken van stakeholders af te stemmen op de lokale context en de historiek van een ontwikkelingstraject. Bij de uitbreiding van het warmtenet Oostende naar de bestaande bebouwing in de wijk Westerkwartier staat communicatie en een gedeeld narratief over fossielvrije verwarming centraal. De meeste stakeholders kennen elkaar al en willen nu samen aan de toekomst van het warmtenet werken.
In de Noord-Franse stad Duinkerke wordt de vernieuwing van het bestaande warmtenet in een wijk uit de jaren ’60 gekoppeld aan de grootschalige renovatie van de wijk. Hier gaat de aandacht naar de energievaardigheden (“energy literacy”) van de bewoners en co-creatie samen met de bewoners.
Energievaardigheden
Vera Kools (TUEindhoven) presenteerde haar onderzoek (in het kader van Every1-project) naar het belang van “energievaardigheden” als voorwaarde voor een betere participatie van bewoners: ’wat moet ik weten of kunnen om mee te kunnen praten’. Het opbouwen van energievaardigheden kan een vorm van sociale activiteit worden en is op zich al een vorm van participatie, en participatie vergroot op haar beurt de energievaardigheid. Deze wisselwerking spoort aan om meer dan enkel het inhoudelijke verhaal te bekijken, maar ook hoe het verhaal verteld wordt, om interesse te wekken bij bewoners.
Warmtenetcultuur
Voor een participatietraject is het belangrijk om bewust te zijn van de bestaande ‘cultuur’ rond warmtenetten. Isaura Bonneux (UAntwerpen, onderzoeksgroep ENVECON) onderzocht hoe zo’n warmtenetcultuur gevormd wordt aan de hand van het Energy Cultures Framework, een samenspel van materiële cultuur, normen, gangbare praktijk en externe invloeden zoals de karakteristieken van een stad of regio. Als potentiële aandrijver van verandering voegde Isaura de impact van “sociale netwerken” toe, dat in verbinding staat met elk van de vorige elementen. Een collectieve oplossing voor warmte (materiële cultuur) kan bijvoorbeeld mensen samen brengen (sociaal netwerk). Op zijn beurt kan een sociaal netwerk gedrag (gangbare praktijk) of normen beïnvloeden. Het sociale aspect speelt dus een belangrijke rol in de context van (lokale) energie, waarbij vertrouwen cruciaal is.
Een blik op de praktijk
In de laatste presentatie van de namiddag kwamen Roeland Keersmaekers (Stad Gent) en Toon Raymaekers (SAAMO) hun ervaringen met het project Living Lab Muide-Meulestede toelichten. Het Living Lab wil van de wijk een duurzame, inclusieve en fossielvrije wijk maken, mede gecreëerd door en met mede-eigenaarschap van burgers en wijkpartners. De presentatie maakte duidelijk dat in Muide-Meulestede verschillende energieculturen samenkomen en dat het streven naar participatie en het vergaren van energievaardigheden parallel verloopt, zoals Vera eerder al beschreef. Daarnaast bood deze laatste bijdrage ook sterke argumenten voor de rol van de lokale overheid (in dit geval de Stad Gent) als een belangrijke drijvende en coördinerende kracht bij het opzetten van lokale energieprojecten.
Discussie
Na een korte pauze gingen de deelnemers in kleinere groepen dieper in op een aantal stellingen over de rol van lokale besturen en het belang van participatie. Lokale overheden zijn goed geplaatst om het gemeenschapsbelang te vrijwaren en participatie te faciliteren, terwijl ze ook het voordeel kunnen bieden van schaalgrootte, bijvoorbeeld door het eigen patrimonium mee te nemen bij realisaties. Bovendien vervullen lokale overheden al heel lang een belangrijke rol in bovenlokale samenwerkingsverbanden zoals intercommunales. Een vereiste voor een actieve rol van lokale overheden in lokale energieprojecten is volgens verschillende deelnemers de steun van hogere overheden, via beleidsinstrumenten en financiële steun. De Nederlandse overheid plaatst de lokale besturen centraal in de warmtetransitie, via de recente Wet Collectieve Warmte (Wcw) en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (Wgiw), en koppelt daaraan ook middelen.
Bron: artikel Circular-Living